ZZP en focus, mijn verhaal

Vandaag mijn eerste post van dit jaar en een jaar geleden dat ik de laatste post had geplaatst. Het is de afronding van een reis die ik maakte waarbij ik mezelf de vraag stelde: Wie ben ik en wat kan ik doen om zinvol te zijn.

Zoals zoveel collega zzp’ers maak ik gebruik van verschillende talenten. Het is mooi om die in te zetten, het liefst betaald omdat de rekeningen ook betaald moeten worden. De huidige werkomgeving eist dat je flexibel inzetbaar bent, beschikt over de nodige kwaliteiten  Wel bestaat het gevaar dat je omgeving je niet meer kan plaatsen. Ben je nou een projectmanager, al dan niet op basis van uurtje-factuurtje of ander rekenmethodiek, of ben je ‘deskundige in x’ of ben je …. Vul maar in. Al die tijd was ik bezig met hapsnap mijn talenten in te zetten, met wisselend succes. Feit is dat focus en daarmee autoriteit leidt tot beter (financieel) resultaat. En dan komt er een moment van bezinning.

In mijn geval kwam dat moment na een periode van zelf onderzoek. Dat begon vorig jaar zomer en is nu pas aan het eindigen. Er zijn diverse factoren te noemen waardoor het, voor mijn gevoel, zolang duurde. Van belang is dat voor mij geldt dat wat ik doe of ga doen, zinvol is voor mens en maatschappij.

Mijn achtergrond, gebiedsontwikkeling, is een werkgebied waar het leggen van verbindingen tussen mensen onderling, tussen mens en vastgoed de kern vormt. Ook het besef dat wat je doet gevolgen heeft qua ruimte – milieu – energie – sociale impact. Vanuit die basis opereer ik tegenwoordig op basis van twee pijlers:

1. bemiddelen en

2. conceptontwikkeling / – realisatie.

Het bemiddelen geldt voor mens aan baan of vice versa en voor het verbinden van mens aan vastgoed. Voor het bemiddelen in arbeid maak ik gebruik van het label Workoptions. Voor het verbinden van mens aan vastgoed maak ik gebruik van het label Spatium Support. Dit geldt ook voor conceptontwikkeling / -realisatie. De conceptontwikkeling zelf bestaat uit een combinatie van de componenten mens, duurzaamheid, vastgoed, (digitale) techniek en social media. Het realiseren daarvan is door het inzetten van onder andere de vaardigheden proces- en projectmanagement. Het voornaamste is dat ik, als persoon, me kan richten op een beperkt aantal activiteiten. Dan pas kan ik ‘het verschil’ maken. En wie wil dat niet..

Kortom, het gegeven dat ik me nu kan richten op een beperkt aantal activiteiten, maakt dat ik nu rust in mijn donder heb en daardoor meer in mezelf ben geraakt. En door deze focus kan ik me nu beter richten en ben ik als het goed is beter te duiden voor mijn (werk)omgeving.

Wat mij in dit traject enorm heeft geholpen is het uitvoeren van ademhalingstechnieken. Via vrienden kwam Ik erachter dat mijn ademhaling ‘te hoog’ was. Lang geleden, toen ik nog als jochie aan vechtsport deed,  heb ik ooit ademhalingstechnieken geleerd maar was het compleet vergeten. Door die technieken te gebruiken werd ik vanzelf rustiger en ‘daalde’ mijn ademhaling. Hierdoor werd ik rustiger. En dat gaf me de ruimte om tot bezinning en inzicht te komen. Een introductie hierin is bijvoorbeeld deze link: http://www.abrightnewworld.nl/blog/5-ademhalingstechnieken-voor-een-goede-gezondheid/obj3227083

In alle eerlijkheid kan ik pas over een half jaar zeggen of deze aanvliegroute inderdaad beter is, voor mij privé als zakelijk. Ik hou u op de hoogte..

Verhuizen, wie durft?

In het FD van 31 juli 2012 de kop: “Woning weer evenveel waard als in 2008”. Nu is het zo dat woningen in de Randstad de afgelopen jaren wel duurder zijn geworden, en in de provincies Gelderland en Limburg goedkoper. Gemiddeld genomen zijn de prijzen wederom gezakt met 2 % volgens het CBS. En wat betekent dit dan voor de gemiddelde woningbezitter?

Uit dit kale cijfer blijkt volgens mij onder meer dat de tijd voorbij is dat een woning als speculatie object interessant is. Verhuizen naar een grotere/duurdere woning waarbij de markt de overdrachtsbelasting en een ‘verhuiswinst’ financiert ligt alweer enige tijd achter ons. Echter, de huizenbezitter die in pakweg het jaar 2008 of later een huis heeft gekocht, zal naar mijn inschatting niet zo blij zijn.

Immers, hij of zij heeft toen gekocht met een overdrachtsbelasting van 6 %. Uitgaande van de aanname dat een huizenbezitter in 2008 een huis kocht met een waarde van € 100 waarbij € 6 als overdrachtsbelasting erbij komt, wordt de uiteindelijke aankoop dus € 106. Nu anno 2012, door wat voor reden dan ook, wil dezelfde eigenaar zijn huis verkopen. Wil een opvolgende koper voor dezelfde kosten koper kopen, dan zal de verkoper de overheid dankbaar zijn voor de verlaging van de overdrachtsbelasting van 6 % naar 2 %. Helaas voor de verkoper heeft hij/zij nog steeds een tekort. Wil hij namelijk hetzelfde bedrag ontvangen van € 106, dan is de verkoopsom € 103,92 en de overdrachtsbelasting € 2,08.

We lazen net dat de gemiddelde verkoopprijs gedaald is naar het niveau van 2008. In dit voorbeeld is het verlies van de huizenbezitter € 3,92 op een oorspronkelijke verkoopwaarde van € 100. Het verlies van bijna 4 % moet deze verkoper dus dragen om op hetzelfde niveau uit te komen als ten tijde van zijn/haar aankoop van de woning.

Er zal een goede reden moeten zijn wil een huiseigenaar gaan verhuizen. De keerzijde is dat het aankopen van een ander huis momenteel goedkoper is door enerzijds de daling van de gemiddelde huisprijs en anderzijds door het lagere percentage overdrachtsbelasting. Volgens mij ligt hierin een belangrijke sleutel tot het (deels) oplossen van het huidige probleem van het stilstaan van de woningmarkt.

Wat als partijen, kopers en verkopers elkaar letterlijk opzoeken en zij als ware schakels in een keten, met elkaar afspreken om de lusten en de lasten te verdelen. Ik kan me zo voorstellen dat de animo om te verhuizen of in ieder geval de drempel om te verhuizen hierdoor lager wordt.

Kortom, durf te verhuizen!

Moeten autofabrikanten meebetalen aan het onderhouden van de wegen?

Op 16 december jl. stond er in Nu.nl een stuk met als titel: “Ook KPN wil geld van Apple en Google voor onderhoud netwerk “. Laten we uitgaan van de aanname dat een telecombedrijf de digitale snelweg maakt en beheert en de overheid de analoge snelweg ofwel gewoon de wegen waarop u en ik dagelijks lopen/fietsen/rijden. Volgens de gedachtegang van telecombedrijven zouden autofabrikanten moeten meebetalen aan het onderhouden van het wegennet! Dat vind ik een rare gedachtegang, u ook?

De telecombedrijven waren heel druk met het verleiden van consumenten om zoveel mogelijk mobiel te communiceren. Niets was te gek, ‘gratis’ telefoons en lage abonnementsgelden. Misschien vergis ik me, maar hadden telecombedrijven in het begin niet supervette winsten en hoge marges op deze diensten? En nu die consumenten massaal mobiel communiceren, is het nog niet goed. Sterker nog, nu moeten die consumenten en veel (gaan) betalen voor het betreden van het netwerk en ook nog een toeslag betalen voor mobiel internet. Dit omdat bepaalde applicaties veel bandbreedte vragen, en dat is niet wat men van te voren had ingeschat (lees, dat is niet leuk voor de telecombedrijven want ze verdienen er niet of onvoldoende aan).

Zowel communicatie als het recht op vrij verkeer  is een belangrijke levensbehoefte. In het geval van de analoge snelweg het volgende. De gemiddelde consument betaalt, naast WOZ, provinciale opcenten en in geval van autobezit vaak wegenbelasting. In het geval er veel te veel voertuigen op een weg(vak) zijn, investeert de overheid in die infrastructuur. Soms moet er tol worden betaald. Echter, dan is sprake van een gratis alternatief. In de digitale wereld probeert de aanbieder van de digitale snelweg zoveel mogelijk klanten binnen te halen en te bedienen. De gebruiker betaalt voor van te voren afgesproken services en diensten tegen een van te voren afgesproken service niveau. De aanbieder van de digitale snelweg wil zoveel mogelijk marge maken, want dat staat zo goed voor de aandeelhouders. Dus bouwt het een eigen netwerk, in het geval van KPN gebruikt ze het netwerk dat door de overheid is aangelegd en betaald met belastingopbrengsten.

Dat aandeelhouders zoveel mogelijk winst willen maken begrijp ik, dat is inherent aan het systeem. Wat ik niet snap is dat telecombedrijven, al dan niet gedwongen door de overheid, zoveel geld investeren in eigen netwerken. Is het niet beter om gezamenlijk te investeren in een zo goed mogelijk netwerk, waarbij de overheid als centrale regelaar, bepaalt of, waar en waaraan het netwerk aan moet voldoen. Net zoals de overheid bepaalt waar de analoge snelweg wordt aangelegd tegen door haar benoemde specificaties.

Telecombedrijven, stap af van jullie motto om eigen netwerken aan te leggen. Werk gezamenlijk / samen met de overheid aan een goed werkend netwerk. Gezien de toekomstbestendigheid zou dat een netwerk bestaande uit glasvezel moeten zijn. Naar mijn mening bespaart dit veel ‘maatschappelijk’ kapitaal.  Die besparing kan dan worden aangewend aan het verder uitbouwen en onderhouden van het netwerk. En dat komt dan weer ten goede aan de consument die dan gebruik kan blijven maken van een goed functionerend netwerk, nu en in de toekomst.

En autofabrikanten blijven mooie auto’s maken zonder dat zij hoeven mee te betalen aan het onderhouden van de wegen!

 

 

 

 

 

Krijgt de geplaagde woningmarkt in Nederland wel genoeg aandacht van de Tweede Kamer?

Vandaag werd ik getriggerd door de krantenkop: “Heeft onze overheid eigenlijk wel een woonvisie?” (bron: spacemakers.nl, 26 oktober 2011 (telegraaf.nl). Uit de rest van het artikel blijkt dat onze volksvertegenwoordiging, op een viertal partijen na, bij een belangrijke hoorzitting over de woonvisie afwezig was.
Het zou zo maar kunnen dat onze volksvertegenwoordiging heel andere belangrijkere kwesties op de agenda heeft staan. Wat ik niet begrijp is de houding van de politiek. Wonen en werken in het leven van de meeste mensen (en daarmee de kiezer) heeft de grootste prioriteit. Dat zou de politiek in ieder geval moeten weten en ook daarnaar handelen. Immers, veel landgenoten moeten dagelijks knokken om het hoofd boven te water te houden en het dak boven hun hoofd te behouden. Het feit dat het aantal huishoudens met betalingsachterstanden van hun hypotheek aanzienlijk is gestegen zegt voldoende. En het dreigende gevaar van nog meer ontslagen bij bedrijven en overheid maakt het vooruitzicht op goed betaalgedrag van de hypotheek ook niet beter.
Uit de toelichting op de Woonvisie, de brief van minister Donner van 1 juli jl., p. 3, komt het volgende stukje (betreft de koopmarkt):”De verlaagde overdrachtsbelasting is allereerst goed nieuws voor starters. In het komende jaar kunnen zij tegen gunstigere voorwaarden en lagere financiële risico’s instappen. Doorstromers profiteren eveneens, zeker ook omdat de verkoopbaarheid van de oude woning verbetert. De maatregel levert derhalve een belangrijke bijdrage aan het doorbreken van de huidige stagnatie op de woningmarkt. De impuls wordt daarbij effectiever door het tijdelijke karakter van de maatregel.”
De realiteit echter is dat banken steeds striktere normen hanteren om hypotheken te verstrekken. Zowel voor starters als voor doorstromers wordt het steeds moeilijker om een nieuwe hypotheek te verkrijgen c.q. bestaande hypotheek te vernieuwen. Het lijkt erop dat ons parlement het vermogen tot integraal denken heeft verloren en de oplossingen voor maatschappelijke problemen zoekt in de sector zelf, terwijl het oplossen van dit maatschappelijk probleem de verschillende sectoren overstijgt en dus ook inzet eist van verschillende ministeries tegelijk.
Voor dit belangrijke punt in het maatschappelijk debat moeten leden van de Tweede Kamer de minister aanzetten tot verscherping van zijn Woonvisie. Of erkennen de leden van de Tweede Kamer dat dit dé Woonvisie is en is daarmee voor hen de kous af? Is dit ook voor u het geval?

Is lachen noodzakelijk voor het ontwikkelen van vastgoed?

Het ontwikkelen van vastgoed staat er momenteel niet best op. De ene na de andere bericht in de krant afgelopen tijd waaruit blijkt dat men somber is over het onderwerp vastgoed. Grondbedrijven moeten miljarden afboeken, woningbouwcorporaties die niet of nauwelijks meer kunnen investeren in nieuwe ontwikkelingen, de leegstand van kantoren baart steeds meer zorgen etc…Kortom, het huilen staat ons nader dan het lachen, of niet?

Er zijn bedrijven die ondanks het huidig economisch klimaat, druk zijn met betaalde klussen.  Denk aan bijvoorbeeld (kleine) aannemers die mensen bijstaan omdat ze langer dan voorzien blijven wonen in de huidige woning. En dan is het maken van een erker of een extra verdieping, of regulier onderhoudswerk een kolfje naar hun hand. En in hun slipstream hebben vaktimmerlieden, vakschilders en loodgieters het ook lekker druk. Ik heb de indruk dat er meer beroepsgroepen zijn, niet alleen binnen de vastgoedsector, die het lekker druk hebben met betaalde opdrachten.

Deze groep van ‘gelukkige en drukke’ bedrijven hoor je niet. Hoe leuk zou het zijn om ook eens een positief geluid te horen in kranten en andere media. Immers, in deze donkere dagen is het horen van een positief geluid voor veel andere mensen/bedrijven een opsteker van jewelste. Immers, mensen die positief gestemd zijn, zijn van nature eerder geneigd vertrouwen te hebben in de economie. En vanuit dat vertrouwen is het weer mogelijk om de economie in beweging te krijgen.

Hoe krijgen we dat voor elkaar? Laten we een “Dag van de Positiviteit” organiseren. De lol van deze dag is dat mensen weer beseffen dat er ook nog valt te lachen in deze sombere tijd. En wie kunnen dat beter doen dan de nu, lachende bedrijven die in de luwte opereren. Zodra er een kritische massa ontstaat van lachende mensen / bedrijven ontstaat er vanzelf wel een positievere kijk op de economie. Laat dat nou het zetje zijn waar we eigenlijk met zijn allen op staan te wachten.

Kortom, lachen is noodzakelijk voor het ontwikkelen van vastgoed!

Uitrollen van glasvezelnetwerk als werkgelegenheidsproject anno 2011?

In de vorige eeuw heeft de overheid via grote projecten gezorgd voor stimulering van de economie. Zo heeft de gemeente Den Haag in de periode tussen WO I en WO II (het zogenaamde interbellum) de aanleg van het Zuiderpark als werkverschaffingsproject gerealiseerd. Dit geldt ook voor de befaamde Duitse “Autobahn” . Velen gebruiken deze snelweg met veel plezier.

Vandaag de dag is sprake van wereldwijde recessie. De vraag is of een werkgelegenheidsproject a la Zuiderpark of Autobahn nu of in de nabije toekomst van pas zou komen. De vervolgvraag is dan: En wat ga je dan doen als overheid?

Het aanleggen van wegen en of grote recreatieparken duurt volgens de huidige wetgeving jaren. En dan heb ik het over de cyclus van planontwikkeling, realiseren en beheren. Naar mijn bescheiden mening niet geschikt om in te zetten als werkgelegenheidsproject vanwege het gebrek aan flexibiliteit. Als overheid weet je immers niet wanneer de werkgelegenheid zo laag is dat een werkgelegenheidsproject noodzakelijk is.

Wat is dan wel eventueel geschikt om in te zetten waarbij de gemiddelde burger uiteindelijk ook van kan genieten. Glasvezel!

Was het in de vorige eeuw noodzakelijk om een goed wegennet te bouwen, waar we vandaag de dag nog van kunnen genieten. Nu is het tijd voor het aanleggen van de ‘digitale’ snelweg.

Proceduretechnisch zijn er weinig tot geen obstakels. En wanneer de juiste onderdelen worden gemonteerd, hebben de klanten toegang tot een digitale snelweg met toekomst.

U denkt, glasvezel wordt toch al aangelegd? Dat klopt, echter aanleg vindt nu nog sec plaats in dichtbevolkte gebieden. Voor de initiatiefnemers logisch. Vanuit de gedachte om iedereen aan breedband en dan concreet aan glasvezel te krijgen is dat niet acceptabel. Waarom niet het buitengebied aansluiten via werkgelegenheidsprojecten, mocht dat zich voordoen? Een ander voordeel hiervan is dat hierdoor het voorzieningenniveau op peil kan worden gebracht of zelfs verhoogd voor de bewoners van zogenaamde krimpgebieden.

Iedereen, ook de bewoners van het buitengebied, krijgt toegang tot het glasvezelnetwerk en mede daardoor kan Nederland mee blijven doen aan de moderne economie.

Social Media als instrument bij herstructurering van woonwijken

Vandaag kreeg ik de vraag hoe social media ingezet kan worden bij het herstructureren van woonwijken. Bij het herstructureren van woonwijken is het vaak lastig gebleken om de bewoners echt te betrekken bij zo’n proces. Daar zijn verschillende redenen voor te vinden, het gaat nu te ver om die redenen te benoemen.

Social media is volgens Wikipedia “een verzamelbegrip voor online platformen waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen. Tevens is er sprake van interactie en dialoog tussen de gebruikers onderling… Onder de noemer sociale media worden onder andere weblogs, fora, sociale netwerken als Hyves, Facebook en LinkedIn en diensten als Twitter geschaard.” De vraag is dan ook of en hoe bewoners van een te herstructureren woonwijk deelnemen aan weblogs, fora en sociale netwerken.

Mijn tegenvraag was: wie wil je als woningbouwcorporatie bereiken, de huurder, de familie, … Stel de gemiddelde bewoner is een familie bestaande uit een of twee ouders met een of meer kinderen. Het is dan interessant om te weten of de kinderen een smartphone bezitten. Is dat het geval, dan is aannemelijk dat zij ook actief deelnemen aan social media.

Onderzoek van het Dutch Smartphone User onderzoek Q2 2011 van Telecompaper laat het volgende zien: “Smartphones worden vooral gebruikt door jongeren; 60 procent van de leeftijdsgroep 15-29 heeft een smartphone. Van de groep respondenten tussen de 60 en 64 jaar oud had slechts één op vijf een smartphone”.

Uit deze cijfers blijkt dat je met social media, via de kinderen (lees onderdeel van de familie) contact kunt krijgen met de huurder. Dat maakt dat social media gebruikt kan worden als instrument bij herstructureren van woonwijken.

 

 

Herontwikkelen van leegstaand vastgoed volgens de 5 C’s, deel 3

In mijn vorige blogs ging ik eerst in op de Contex, later op Concept en Community. Nu zijn Creatie en Conservering aan de beurt. Ook deze twee C’s zijn bewust aan elkaar gekoppeld. Creatie staat voor realisering/bouwen en Conservering voor beheer/onderhoud. Deze twee begrippen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

In het verleden is naar mijn smaak te vaak alleen gerealiseerd zonder na te denken (bewust of onbewust) over de gevolgen in de beheer/onderhoudsfase. Dat resulteert nu in leegstaande gebouwen waarvan de installaties of andere onderdelen niet meer voldoen aan de huidige normen. Dat leidt er mede toe dat een groot deel van de huidige voorraad aan leegstaande gebouwen niet of nauwelijks recyclebaar is. Voor die betreffende vastgoedeigenaar een hard gelag. Mogelijkerwijs had de eigenaar door in het verleden meer oog te hebben voor duurzaamheid en beheer en onderhoudsaspecten, nu niet voor de beslissing gestaan om bijvoorbeeld installaties compleet te moeten vervangen voordat een nieuwe huurder het pand in kan trekken.

De huidige markt vraagt om kleinschaligheid en kwaliteit. Dit komt voornamelijk door Het Nieuwe Werken en de groei van het aantal Zelfstandige Professionals (ZP’ers). Deze laatste groep zal de komende tijd alleen maar groeien, simpelweg omdat grote organisaties eerder personeel afstoten dan aannemen.

Door diverse partijen wordt ingespeeld op het bieden van werkplekken. Aangeboden wordt dan een werkplek met een aantal faciliteiten en dat is het. Wat ik mis aan veel van deze formules is dat wederom wordt gedacht vanuit het vastgoed, de stenen zogezegd. Hoewel een groot deel van deze ZP’ers hun werk prima kunnen verrichten vanaf de keukentafel, blijft het ontmoeten en inspireren van elkaar voor de meeste ZP’ers de reden om toch een werkplek buitenshuis te hebben.

Uit de context van het werken nieuwe stijl blijkt dat er nu meer dan ooit behoefte is aan een plek om zowel te kunnen werken, te ontmoeten en om geïnspireerd te raken. Een combinatie van zowel inhoud als werkplekbeleving. Voorbij is de tijd dat een ZP’er zijn persoon komt brengen naar een plek en dat hij er weinig tot niets kan ophalen!  De huidige praktijk is anders!!

Een vastgoedeigenaar zou naar mijn mening initiatiefnemers met concepten waarin kleinschaligheid (later weer op te schalen) en de combinatie van inhoud en werkplekbeleving moeten ondersteunen. Zijn belang is dat het gebouw daarmee gevuld raakt en via reuring in en om het gebouw aantrekkelijker wordt ten opzichte van gebouwen die alleen werkplekken bieden. Die ondersteuning kan bestaan uit het geven van huur vrij perioden maar ook met andere mogelijkheden. Dit varieert per gebouw. De inbreng van creativiteit en oog hebben voor elkaars belangen is daarbij essentieel.

Kortom, context-concept-community-creatie en conservering zijn te nemen stappen bij het herontwikkelen van leegstaand vastgoed.

Grijp uw kans en doe mee.

Herontwikkelen van leegstaand vastgoed volgens de 5 C’s, deel 2

Ging ik in mijn vorige blog in op de Context, nu zijn Concept en Community aan de beurt. Deze twee C’s zijn bewust aan elkaar gekoppeld. In mijn beleving is het nu niet meer mogelijk om zonder jouw toekomstige klanten (Community) te werken aan concepten. Zeker als het leegstaand vastgoed betreft.

Voorheen was het gebruikelijk dat ontwikkelaars eerst een locatie hadden, vervolgens vanuit de spreekwoordelijke ivoren toren concepten bedachten om vervolgens de klanten te benaderen. En dan nog was het vaak de taak van de makelaars om de klanten te vinden. Het is dan niet gek te constateren dat vaak verkeerde producten zijn ontwikkeld.

Nu is het juist de bedoeling van de ontwikkelaar 2.0 om zo vroeg mogelijk in het (her)ontwikkelingstraject de klant te betrekken. De expertise van de ontwikkelaar is die dan van projectbegeleider of nog beter van procesbegeleider. Zo kan de input van de toekomstige klant leiden tot een goed product. En doordat er een actieve community is, is het afzetrisico minder dan voorheen. Van belang is om tijdens het hele traject transparant te communiceren en te handelen.

Ik realiseer me dat dit leuk klinkt. Het ontwikkeltraject zal aan de voorkant langer kunnen duren, ook het vinden van actieve leden van de community zal tijd en daarmee geld kosten. De winst zit ‘m dan ook na het planontwikkelingstraject. Immers, de tijd om van bouwvergunning naar realisatie / verkoop te gaan is, als het traject goed ingebed is, korter en goedkoper dan de ‘oude’ werkwijze. De kans op het realiseren van een mismatch is minimaal.

Voor het herontwikkelen van leegstaand vastgoed is het essentieel om een mismatch te voorkomen. Gezien de grote voorraad aan leegstaand vastgoed is het van belang dat vastgoedeigenaren het belang zien van Context – Concept – Community. Zeker in een stad als Den Haag waar de gebouwen bijna naast elkaar leeg staan (bijvoorbeeld in de Binckhorst). En als in de Haagse situatie ook nog eens de rijksoverheid ministeries gaat afstoten dan komen er wel heeel veeel m2 aan bvo vastgoed erbij op de al bestaande voorraad aan leegstaand vastgoed.

De hiervoor genoemde situatie vraagt, nee eist creatief meedenkende vastgoedeigenaren. Immers de tijd dat zilverschepen voor duizenden m2 bvo vastgoed in gebruik namen, is toch echt voorbij….

Er is nog vraag naar vastgoed, alleen zal naast een degelijk onderzoek naar Context, ook ruimte moeten zijn om zowel het Concept als de Community, gezamenlijk op te tuigen.

Vastgoedeigenaren, grijp uw kans!

Herontwikkelen van leegstaand vastgoed volgens de 5 C’s

Herontwikkelen van leegstaand vastgoed is met de huidige voorraad aan beschikbare kantoorruimte noodzakelijk. Van belang is te weten welk gebouw wel en welk gebouw geen doorstart zal krijgen. Naar mijn mening hangt dit vooral af van de uitkomst van wat ik de 5 C’s heb genoemd: Context, Concept, Community, Creatie en Conservering.

Vandaag ga ik alleen in op de context. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat met name de monotone kantooreilanden langs de snelweg moeten vrezen voor structurele leegstand. In combinatie met de (massa)-ontslagen en de opkomst van Het Nieuwe Werken, constateer ik een verschuiving van werken op een vaste plek naar beleving van werken op verschillende plekken. De moderne werknomade kiest voor diversiteit aan plekken om te werken c.q. samen te werken in een inspirerende omgeving.

Voor kantooreigenaren een schrikbeeld of juist niet?

Een essentieel nadeel van vastgoed is dat het niet verhuisbaar is. Eigenaren van minder courante panden hebben derhalve de zware taak om het bestaansrecht van hun pand te heroverwegen. En dan kan de conclusie wel eens zijn om het pand af te breken en er iets anders voor terug te bouwen, met andere functies.

Naar mijn mening biedt de huidige tijd juist een kans voor de vastgoed eigenaar. Immers, hij zal voor een gebouw moeten zorgen die voldoet aan de huidige normen en marktconforme huren. Dat houdt mede in verantwoordelijkheid nemen voor factoren die van belang zijn voor de waarde van het vastgoed. Investeren in de directe omgeving, al dan niet gezamenlijk met andere vastgoedeigenaren in voorzieningen en of verhoging van de kwaliteit van de openbare ruimtes is dan noodzakelijk.

In combinatie met het verkrijgen van inzicht, overzicht en uitzicht over factoren als demografie, profiel stad en land, economie en meer valt genoeg uit te zoeken om net datgene te (her)ontwikkelen wat aansluit op de wel degelijk aanwezige vraag naar geschikte plekken om werk te beleven.